HAEGSCHE DINGEN TOEN

Haagsche Courant zaterdag 20 februari 1999 

De Zwitserse connectie van de Frauenfelders

 

DOOR HERMAN ROSEN BERG

De meeste Hagenaars kennen de naam wel. Frauenfelder, dat is toch de loodgieter? Inderdaad, maar er is meer. Er zijn ook schilders en musici die luisteren naar deze naam en het telefoonboek vermeldt bovendien een ‘ontspanningstherapeut’.
Niek W.H. Frauenfelder (1938), gepensioneerd autojournalist, besloot meer dan een kwart eeuw geleden de voorgeschiedenis van zijn familie uit te gaan zoeken. De aanleiding was een negatieve. Op een dag kreeg hij een brief die was gericht aan de heer N. Tranenpolder. ‘Ik barstte bijna in snikken uit, want dit sloeg wel alles. Varianten als Fravenverser of Fransenjager hadden menig aan mij gerichte envelop ontsierd, maar Tranenpolder, nee die kende ik
nog niet’, aldus het voorwoord van de 170 pagina’s tellende studie ‘De Frauenfelders: een Haagse familie van Zwitserse afkomst’. Niek Frauenfelder heeft hierin alles gebundeld wat hij over zijn familie te weten is gekomen. De berg gegevens is zo groot dat we er hier slechts een paar aardige dingen uit kunnen plukken. De oorsprong van de naam ligt in Zwitserland. Niet ver ten Oosten van de Bodensee ontstond in de vroege middeleeuwen het naar Maria vernoemde plaatsje Frauenfeld. In 1170 zou een zekere Heinrich van hier naar het plaatsje Henggart in het kanton Zürich zijn getrokken. Vast staat in elk geval dat in de daaropvolgende eeuwen tientallen families met de achternaam Frauenfelder in Henggart wonen. Het waren 6f boeren 6f kleine ambachtslieden.
In 1783 kenschetst een dominee de Frauenfelders en een paar andere oude Henggartse families als degelijke maar humorloze lieden. ‘Ze lijken erg traag en verdrietig en de armen hangen doorgaans futloos langs het lichaam. Nooit zet iemand van hen er eens stevig de pas in en nooit hoor je iemand hartelijk lachen’. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat op dat moment de meest ondernemende Frauenfelders het in Henggart al lang voor gezien hebben gehouden. Velen emigreren rond 1740 naar de Pennsylvania, dat korte tijd later één van dertien ‘oerstaten’ van de Verenigde Staten zou worden. Niek speurt nog steeds naar nakomelingen van deze families. Veel eerder al had Matthias Frauenfelder Zwitserland verlaten. Hij vestigt zich rond 1680 in het Duitse Hornbach dat ligt in de omgeving van Mannheim (Paits). In dat plaatsje staat nog steeds een monumentale boerderij die in 1840 is gebouwd voor een Frauenfelder. Op dat moment heeft het toneel van dit verhaal zich echter definitief verplaatst naar Den Haag. Rond 758 vestigen Johann Adam Frauenfelder (1734- 1812) en zijn vrouw Catharina, nakomelingen van de bovengenoemde Matthias, zich in de hofstad. Het register van de Lutherse Kerk vermeldt hen in datjaar voor het eerst. Daarmee begint de Haagse geschiedenis van de familie, die zich daarna in maar liefst vijf takken zal uitsplitsen. Adam, zoals hij wordt genoemd, treedt als koetsier in dienst bij de medicus Cornelis Henricus Valse, lijfarts van stadhouder Willem V. Er ontstaat een hechte band tussen beiden. Adam en zijn vrouw krijgen zelfs een voorname plaats in het testament van de arts. Velse bezorgt zoon Martinus, die eigenlijk Matthias heet, een aardige baan als knecht bij de stadsapotheek, die dan is gevestigd aan de Grote Markt, in een pand naast de Boterwaag. Begin vorige eeuw erven de Frauenfelders aardig van de familie Velse. Er kan zelfs een huis worden gekocht aan de Kazernestraat, die dan nog Denneweg heet. En daarna wordt het bijzonder ingewikkeld, want dan beginnen wijdse vertakkingen van de stamboom. Auteur Niek Frauenfelder bijvoorbeeld hoort bij Tak A, die evenals Ben C voortkomt uit de oudste zoon van Adam en Catharina, Johannes (1763-1841). Grappig is dat Tak D, die van de loodgieters en dakdekkers, loopt via een ‘onecht’ kind.
De stammoeder van dit geslacht is Susanna Frauenfelder (1794- 1876), dochter van de eerder vermelde apothekers-kriecht. Susanna krijgt in 1816 een onwettige zoon, Hendrik, en via hem komt een hele nieuw tak tot bloei. Het boek eindigt in 1812, maar via uitgebreide stambomen kan de geschiedenis der Frauenfelders tot in onze tijd worden gevolgd. Niek Frauenfelder zegt het jammer te vinden dat hij niet meer opmerkelijke dingen over zijn voorouders heeft gevonden. Desnoods een voorzaat die een moord heeft begaan, of zo. Maar iets van wat die dominee in Zwitserland opmerkte is waarschijnlijk gewoon waar. De Frauenfelders waren (en zijn) nuchtere en ijverige lieden. Een geslacht van ‘kleine luiden’, waar het van wemelt in de geschiedenis maar waarover zelden wordt geschreven. Dat maakt het aardig om deze familiegeschiedenis, die niet in de handel is, te lezen.

De Grote Markt rond 1770; direct links van de boom het pand waar Martinus Frauenfelder rond 1800 als apothekersknecht werkzaam was; prent door J.E. la Fargue.